Uri Rosenthal (VVD), lid van de Eerste Kamer (verslag & foto’s)

Datum
10-03-2003
Lokatie
Den Haag
Spreker
Uri Rosenthal
Titel
Megatrend en micronarigheid
Terug naar overzicht

Uri Rosenthal , 10 maart 2003

Allereerst, ik heb drie stukjes in een luttel aantal minuten. Het eerste is, ik kan het niet laten om nog even te recapituleren wat ik in Liberaal Reveil, een blad waarvan ik voorzitter van de kernredactie ben en waarop u dus allemaal geabonneerd moet zijn, het stuk dat ik in Liberaal Reveil heb geschreven in augustus vorig jaar en dat vervolgens ook nog eens gebruikt in mijn ‘Machiavelli-lezing’ van november, en dat gaat over de spanning die we vandaag de dag zien tussen zaken die zich hoog boven ons hoofd afspelen en de problemen die we van alle dag tegen komen. En dat gaat onder de titel ‘Megatrend en micronarigheid’. En geloof het of niet maar dat heeft te maken ook met datgene waar we het dan verder over zullen hebben. Als het over megatrends gaat dan gaat dat over schijnbaar onbeheersbare zaken die zich inderdaad over ons hoofd heen afspelen en waarop we weinig controle lijken te kunnen uitoefenen zelf. En dat zijn zaken als globalisering, migratie, science & technology, voor- en tegenspoed in de economie etc. Dat levert voor veel mensen onzekerheid op en zelfs ook angst. Beroemd is geworden een boek van de socioloog Beck onder de titel “de risicomaatschappij”. Iedereen praat er over. Ik kwam laatst een vervolg daarop tegen, dat dus aangeeft wat sommige mensen doen om dan daarmee in het reine te komen en dat is het boek van de managementgoeroe Jensen en dat gaat over de “Dream Society”. Dus wanneer je het niet meer kunt controleren wat er allemaal boven je hoofd afspeelt dan ga je dromen, dan verlies je je in illusies en in beelden. Maar onderwijl, mega en micro, hebben we wel te maken met allerlei zaken die zich in micronarigheid neerslaan; onveiligheid, aandelen die ineens niks meer waard zijn, voedsel dat je niet meer mag eten, kippen enzo. Kortom, megatrends en micronarigheid.

En nu is het zo, we zitten hier tenslotte in een politiek café, dat naar mijn oordeel van politici gevraagd mag worden, dat ze in staat zijn de mega en micro met elkaar te verbinden. Dat noemen we dan politieke communicatie. Er is één politicus in de wereld die daar een meester in is geweest altijd en dat tot op de dag van vandaag nog steeds is, helaas geen Nederlander, en dat is Bill Clinton. Die is in staat om binnen een seconde ineens te springen van megazaken, bijvoorbeeld rond de Islam, naar iets wat hij zelf of liefst iemand die hij gesproken heeft, of dat dus waar is of niet dat weten we dan nooit, maar die dan iets van micronarigheid heeft meegemaakt. Wat je dan van politici mag vragen op dat punt is dat ze politieke wil tonen om toch ook op die megatrends enige invloed uit te oefenen.

En dat is dan de koppeling die ik maak naar het tweede onderdeeltje na drie minuten en dat is Irak en mogelijkerwijze de tweede Golfoorlog. Als we het bekijken op het meganiveau, dan zitten we dus hoe je het ook wendt of keert, met een situatie waarin we mogelijkerwijze een tweede Golfoorlog zullen krijgen. En die hoe je het ook wendt of keert, ik praat nu even als wetenschapper en niet als politicus die sommige dingen niet mag zeggen natuurlijk, maar als je het als wetenschapper bekijkt dan moet je gewoon zeggen dat er een soort koppeling is tussen 11 september, World Trade Center, en datgene wat we nu met elkaar allemaal meemaken rond de besluitvorming rond Irak. Dat laat zich ook vastleggen in het feit dat bij de State of the Union in januari vorig jaar George Bush het had over de “axis of evil”, waarin hij Irak dus ook met name ook noemde. En dat gebeurde dus in de bredere context van de internationale bestrijding van de terreur en van alles wat daar verder als follow up zou kunnen plaats hebben. En rond die follow up en dan nog altijd op het meganiveau kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat als ik de berichten door de afgelopen anderhalf jaar heb gelezen en tot me heb laten doordringen, dat dan voor de VS, en voor de Bush Administration ook, Irak toch vooral moet worden gezien als een land dat los van alle ellende die het land veroorzaakt, die Saddam Hussein veroorzaakt al sinds hij aan de macht is, een regime dat bijna z’n weerga in zeg maar narigheid en ellende die ze over haar eigen bevolking uitstort, niet kent, dat toch dan vervolgens gaat spelen, van waar ligt nou de angst en de onzekerheid en het gevoel van onveiligheid van de Amerikanen, van de westerse wereld op dit ogenblik. En dan denk ik dat dat aldus moet worden geduid; Dat de aanval op het World Trade Center een nieuw soort van terreur was, dat we dan in het jargon van de terreurexperts noemen “catastrofaal terrorisme”, namelijk een poging om de wereld schrik aan te jagen door zoveel mogelijk slachtoffers te maken. Maar dat gebeurde nog met betrekkelijk orthodoxe middelen; vliegtuigen die zich in een groot gebouw storten. Maar waar nu de angst in zit is vooral denk ik in de follow up daarvan, namelijk in het soort van terreur waar je absoluut geen greep meer op zult hebben en die jou, ongeacht wat je doet, enorme micronarigheid kan bezorgen. Dat zijn dan die beruchte letters b en c: biological en chemical. Het gevaar van een regime dat 10000 liter anthrax aanmaakt en daarmee dus de hele wereld als men dat zou willen het meest verschrikkelijke kan toeleveren wat je je maar zou kunnen denken, biochemische terreur. En dat nu koppel ik dus ook aan, vanuit dat megabeeld axis of evil, Irak, Noord-Korea, dat koppel ik dan weer aan het microniveau. En de fundamentele onzekerheid waarin wij nu met elkander verkeren. En het typerende van de situatie waarin wij nu zitten met Irak, dat is dat we het eigelijk met elkaar wanneer we kijken naar het schrikbeeld dat ons boven het hoofd hangt, dat we dan helemaal niet bijvoorbeeld in Nederland denken aan wat vroeger een oorlog betekende. Dat was je bang voor een bezetting door een vreemde mogendheid. Daar gaat het nu helemaal niet om. Het gaat nu om de vraag of zij ons zullen kunnen vrijwaren van terroristische aanslagen vanuit het Irakese regime danwel van handlangers van dat Irakese regime. De onzekerheid zet zich dan natuurlijk voort, en dat is misschien wat platter geformuleerd, in de economische gevolgen die een oorlog kan hebben. En als je kijkt naar hoe vandaag de dag de beurzen zitten wachten op zekerheid van gebeurt het wel, gebeurt het niet, dan spreekt dat voor zich.

En het derde punt en dat is dan de koppeling naar vervolgens mijn verhaal, nog een korte reeks opmerkingen over de A.E.L. Het derde punt is dan natuurlijk en dat speelt zich al vanaf 11 september af, onmiddellijk daarna eigelijk al, de spanningen die er in de westerse wereld, ook in Nederland, zijn ontstaan met betrekking, en vooral in Europa dan in bredere zin, de spanningen die er zijn ontstaan, in de relatie van de bevolking tot groeperingen uit de bevolking, van Arabische, berber en moslim achtergrond. Dat brengt mij bij mijn derde punt, en dat zijn nog een aantal opmerkingen over de Arabische Europese Liga, de A.E.L. Daarover de volgende opmerkingen; Heel kort;

In de eerste plaats, het is al veel gezegd maar ik herhaal het, we hebben net Abou Jahjah hier in Nederland gehad en ik geloof dat hij er nog is en hij moet beseffen, maar dat wordt ook algemeen zo onderkend, dat Nederland België niet is. In België is de sociaal economische positie van de mensen die hij zegt te vertegenwoordigen bepaald slechter dan in Nederland, sommigen zullen dan onmiddellijk zeggen; nog slechter, maar hij is in elk geval slechter. En in de tweede plaats is de politieke constellatie in België heel anders dan in Nederland en dan hebben we het vooral ook over de rol die bijvoorbeeld in België het Vlaams Blok speelt. Hoe zit het dan in Nederland met betrekking tot die A.E.L., wat moeten we daarmee? Daarover heb ik mijzelf de volgende gedachte eigen gemaakt. In de eerste plaats denk ik dat het onjuist is om op dit ogenblik, ik zeg het maar in alle helderheid zoals de woordvoerder van het CDA heeft gedaan, Camiel Eurlings, om te praten op dit ogenblik over het verbod van de A.E.L. Om de simpele reden dat zolang als een groepering in Nederland binnen de grondwet, en ik praat dan over de Nederlandse tak, een groepering binnen de Nederlandse grondwet een parlementaire democratie werkt principieel vanuit grondwettelijk oogpunt, maar ook praktisch politiek, pragmatisch maatschappelijk niet juist is om zo’n groepering dan te verbieden. Want die gaat dan ondergronds. In de tweede plaats zie ik wel een interessante parallel met wat wij gek genoeg, en daar is ook op gewezen in een artikel in Trouw door Eskes, zie ik een opmerkelijke parallel, in de hele discours over de A.E.L. op dit ogenblik met hoe wij hebben gepraat in de jaren 80 over extreem rechts. Wat moesten wij toentertijd aan met de Centrumpartij? Moesten we die nou verbieden of niet? Er is toen een scherp onderscheid gemaakt en mijns inziens terecht tussen aan de ene kant een partij die of je het nou leuk vindt of niet, via verkiezingen in het parlement komt, en wat toen wel werd genoemd, rabiaatrecht, groeperingen die zich niets van de grondwet aantrekken, niets ook van de wettelijke structuur waarin ze hebben te werken. En die dus op dat punt in strijd kunnen komen, ik zeg het even heel precies met artikel 20 tweede boek burgerlijk wetboek, waarin staat dat een rechtspersoon die werkzaamheden doet in strijd met de openbare orde, door het openbaar ministerie kan worden aangegeven voor vervolging en vervolgens berecht en verboden kan worden. Hetgeen met de Centrumpartij ’86, CP’86, destijds is gebeurd. Hoe kijken we dan in dit verband tegen de A.E.L. aan? Moeten we dat dan maar laten lopen? Mijn antwoord is: Natuurlijk niet. Want het betekent dus dat je eerst moet zeggen: Waar gaat het bij die A.E.L. over? Ik zou zeggen, we hebben extreem linkse partijen, we hebben extreem rechtse partijen en dat is dus E.L. en E.R. en dan is de Arabisch Europese Liga is dan voor mij E.E.: Extreem Etnisch. Dus de extreme partij, extremistische partij. En dat betekent dus dat we scherp op die partij moeten toezien. En wat betekent dat dan weer? In de eerste plaats, dat de financiële kanalen die de partij heeft heel scherp in beeld moeten komen. In de tweede plaats dat scherp moet worden gelet op de vraag of de activiteiten die de partij ontplooit bijvoorbeeld rond burgerpatrouilles, of die binnen het kader van onze grondwet en wettelijke kaders vallen. In de derde plaats dat we moeten opletten hoe die partij bepaalde andere activiteiten financiert en organiseert. Dat we vervolgens, over scherp toezien op gesproken, dat we heel scherp zullen moeten letten op het altijd weer bekende onderscheid bij extreme partijen tussen wat wel wordt genoemd frontstage en backstage. Frontstage, als we hier naar buiten gaan, keurig. Al kun je dat bij de A.E.L. Abou Jahjah in elk geval zelf en degene die nu zijn interim bestuur hier in Nederland vormen nog wel ook al betwijfelen. Maar backstage, en dan niet in deze cafeetjes maar in de zaaltjes weer achter de cafeetjes, daar wordt dan wel soms andere praat uitgekraamd. En ik heb me laten vertellen, ik lees geen Arabisch, dat het dus heel interessant is om bijvoorbeeld het verschil te zien tussen de toon en ook de inhoud van de Arabische website van de A.E.L. en de website die in het Engels en in het Nederlands is gesteld. Punt twee: Los van scherp toezien op die hele zaak betekent het ook dat we een scherp maatschappelijk en politiek debat met ze moeten voeren. Democratie is niet voor bange mensen, wordt altijd gezegd. En dat geldt dus ook voor ons. En we moeten dus wat dat betreft de vrije meningsuiting respecteren maar daar dan ook gebruik van maken van onze kant. En dat betekent dat we ons dus moeten afvragen of wij een politieke partij die puur op basis van extreem etnicisme aan de gang is, of we die partij wel zo prettig vinden.

We zullen, en dan tenslotte, we zullen het debat met die club moet aangaan. Buitengewoon interessant vond ik dat Abou Jahjah schermt in z’n betogen, die er bij een Amsterdammer in gaan als koek mag ik u overigens zeggen, dat hij schermt met bijvoorbeeld de vroeg Arabische cultuur, die helemaal niet achterlijk zou zijn, nee, voorlijk zou zijn ten opzichte van de cultuur van het westen. Als je dan naar die vroeg Arabische cultuur kijkt, naar de grote denkers uit de 11e, 12e, 13e en 14e eeuw vanuit die Arabische hoek, en dat zijn dan in het bijzonder Averroës en Ibn Khaldun, dan zijn dat in feite Verlichters avant la lettre. En op dat punt zouden wij dus de harde basis die wij zien in ons denken in de Verlichting die we in de 1789 in de Franse revolutie hebben terug gevonden, vrijheid, gelijkheid, broederschap, dat zouden we dus in de richting van zo’n club moeten doen gelden. Als laatst punt, Pam, scherp debat, scherp maatschappelijk en politiek en ook intellectueel debat met de A.E.L. Dat betekent dus ook met degene die A.E.L. in Nederland nu representeren. Bijvoorbeeld met de meneer die nu interim voorzitter van die club is, en die mededelingen doet dat van allerlei aard, zich ook aansluit bij opmerkingen van Abou Jahjah, waarvan wij zouden kunnen zeggen van; Wel even uitleggen wat je daar nu eigelijk precies mee bedoelt. Zoals “Hamas, Hamas, joden aan het gas”, af te keuren maar wel te begrijpen. Een opmerking over Joden, Arabieren die net zouden zijn als de Joden in de jaren 30. Met ter implicatie dus het verhaal dat ons te wachten staat een nieuwe Holocaust richting Arabieren. Is dat de strekking van het debat dat zij willen voeren? En tenslotte naar de oorlog met Irak. De toonzetting rond het aantal bodybags dat vanuit Irak naar de VS terug zal worden gestuurd. Op dat punt denk ik dat we niet moeten weg lopen voor het maatschappelijke en politieke debat met die groepering, maar de discussie hard en stevig moeten aangaan.